Krediet bij het Woningfonds

 Verstuur deze pagina Afdrukken

Rentevoet

De jaarlijkse rentevoet bedraagt 3,50% of 0,2871% per maand.

Deze rentevoet wordt voor een eerste keer aangepast wanneer de lening wordt afgesloten. Dit gebeurt op basis van de volgende formule :

I = A + (( B – A ) x ( inkomsten – C ))/( D – C )

Waarbij:

- “I” de jaarlijkse interestvoet van het krediet is;

- “Inkomsten”, de inkomsten zijn zoals vastgesteld volgens de bepalingen van artikel 1, 9°, en artikel 4, § 2;

- “A” is 1,7 %;

- “B” is 3 %;

- “C” is 0 euro;

- “D” is 65.000 euro. 

De rentevoet die op deze manier wordt berekend, wordt afgerond tot op het honderdste procent lager of hoger naargelang het cijfer van de duizendsten procent kleiner dan 5 is, gelijk aan of groter dan 5.

Van dit resultaat moet 0,10% worden afgetrokken per persoon ten laste (?). De vermindering voor personen ten laste mag echter niet groter zijn dan 0,40%.

De in toepassing van paragraaf 2 vastgestelde interestvoet mag niet minder dan 2 % bedragen noch meer dan 3%.

De jaarlijkse interestvoet die vastgesteld wordt in toepassing van paragraaf 2 wordt verminderd met 0,10 % per jaar per persoon ten laste. De vermindering voor personen ten laste mag evenwel niet groter zijn dan 0,40 % per jaar. Om deze vermindering te bepalen, wordt het aantal personen ten laste in aanmerking genomen dat geldt op de referentiedatum.

Wanneer alle personen die aanvrager zijn op de referentiedatum jonger zijn dan 40 jaar, wordt de interestvoet bepaald verminderd met 0,10 % per jaar.

Onverminderd de bepalingen van artikel 5 en van paragraaf 7 van artikel 14 van de prospectus, mag de jaarlijkse interestvoet niet minder bedragen dan :

- 1,70 % wanneer de aanvrager minstens drie personen ten laste heeft;

- 1,80 % wanneer de aanvrager twee personen ten laste heeft of wanneer alle personen die samen de aanvraag hebben ingediend jonger dan 40 jaar zijn op de referentiedatum;

- 1,90 % wanneer de aanvrager één persoon ten laste heeft.

 

Wanneer de situatie van de lener met verschillende hierboven beoogde gevallen overeenstemt, wordt de voor hem interessantste oplossing bij de aanpassing van de rentevoet toegepast.

Daarna wordt de rentevoet elke vijf jaar aangepast.  Dit gebeurt aan de hand van soortgelijke criteria. Als het inkomen dat dient als basis voor de herberekening op dat moment echter hoger ligt dan het geldende geïndexeerde maximuminkomen, dan kan de rentevoet worden opgetrokken tot 3,50% per jaar. 

Voorbeeld

De inkomsten van het gezin bedragen € 31 250

Formule : 1,7 + (( 3 – 1,7 ) x ( 31.250 – 0 ))/( 65.000 – 0 ) = 2,33

De aanvragers hebben 1 persoon ten laste en zijn ouder dan 40 jaar : Uitkomst op de formule

2,33 %

Vermindering voor personen ten laste

- 0,10 %

Jaarlijkse rentevoet van het krediet

2,23 %

Indien een deel van de woning wordt verhuurd aan een derde, op voorwaarde dat dit deel van de woning een wooneenheid vormt die afgescheiden is van het deel dat wordt bewoond door de ontlener, wordt de jaarlijkse intrestvoet met 10 % van de referentierentevoet verhoogd, berekend aan de hand van de formule voor de intrestvoet.

Indien de woning volledig wordt verhuurd aan een derde, wordt de jaarlijkse intrestvoet verhoogd met 1 %, en dit gedurende de volledige periode van de huurovereenkomst die niet langer dan drie jaar mag duren.

De intrestvoet wordt echter niet verhoogd indien de huurprijs lager ligt dan de maximale huurprijs die van toepassing is volgens de wetgeving van de Sociale Verhuurkantoren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Indien de prijs van de woning waarvoor het krediet is aangevraagd, wordt gesubsidieerd door een overheidsinstantie of een publiekrechtelijke of privépersoon die wordt gecontroleerd of gesubsidieerd door een dergelijke instantie, wordt de jaarlijkse intrestvoet met 0,50 % verhoogd. Deze intrestvoet wordt bepaald op basis van de formule voor de intrest en van de voorwaarden voor de bestemming van de woning en mag niet meer dan 3,50 % bedragen.

 

Deze verhoging is niet van toepassing indien de aanvrager op basis van zijn belastbaar inkomen van het referentiejaar voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor een sociale woning. Hiervoor worden de inkomstenbarema’s gehanteerd van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) en de Openbare Vastgoedmaatschappijen.

De tabel met de inkomensvoorwaarden voor sociale huisvesting kunt u terugvinden op de website www.slrb.irisnet.be.

Lening voor de Energieprestatie (LEP)   

Het pand waarin de werken zullen worden uitgevoerd moet minstens 5 jaar geleden voor het eerst zijn bewoond.

De werken die met een dergelijke lening kunnen worden gefinancierd, zijn de volgende :

  • Uw dak isoleren
  • De buitenmuren isoleren
  • De vloer isoleren
  • Vensterramen plaatsen met super-isolerende beglazing
  • Een gecontroleerde mechanische ventilatie plaatsen
  • Een efficiënte gasketel en schoorsteenbuis
  • Een warmtepomp voor de verwarming of warm water
  • Een thermische regeling (thermostatische kranen, kamerthermostaat)
  • Een waterverwarmingstoestel op zonne-energie

Als hij een energieprestatielening afsluit, verbindt de aanvrager er zich toe om voor gelijkaardige werken geen andere lening meer aan te vragen die ook al kan rekenen op overheidssubsidies.

de datum waarop de hypotheeklening werd aangevraagd voor een welbepaalde woning, zoals deze door het Fonds aan de aanvrager werd meegedeeld         

het kind dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en dat op de referentiedatum recht heeft op of verkrijger is van kinder- of wezenbijslag 

elk ander kind jonger dan 25 jaar dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en waarvan het Fonds meent dat het op de referentiedatum werkelijk ten laste is, als het bewijs wordt geleverd dat het kind recht heeft op kinder- of wezenbijslag of dat het geen inkomen heeft

de persoon die tot in de tweede graad verwant is met de aanvrager, die deel uitmaakt van diens gezin en waarvan het Fonds meent dat hij/zij op de referentiedatum werkelijk ten laste is als het bewijs wordt geleverd dat de betrokkene geen inkomen heeft