Hypothecair krediet
Secundair menu
U bent hierHypothecair krediet › Voorwaarden |
Voorwaarden
Verplicht verblijf.
Elke natuurlijke persoon die zich als aanvrager (?) meldt, moet op de referentiedatum (?) permanent in België verblijven.
Maximuminkomen van het gezin.
Het inkomen (?) mag niet hoger liggen dan €40.000,00. Dit bedrag wordt vastgelegd op €50.000,00 wanneer alle aanvragende personen jonger zijn dan 35 op de referentiedatum.
Deze bedragen worden verhoogd met €5.000,00 per persoon ten laste (?). Het aantal verhogingen wordt wel beperkt tot maximum vier.
De hiervoor vermelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Een overzicht ervan vindt u in tabel 1 van de tarieven
. 
Voor het inkomen baseren we ons op de volgende gegevens:
- die van het op twee na laatste jaar vóór dat van de referentiedatum als de aanvraag in de eerste zes maanden van het lopende kalenderjaar ligt;
- van het voorlaatste jaar vóór dat van de referentiedatum als de aanvraag in de laatste zes maanden van het lopende kalenderjaar gebeurt.
Voorbeeld
U dient uw leningsaanvraag in op 15 mei 2012. Uw gezin telt één persoon ten laste. Uw inkomen voor het jaar 2009 (aanslagjaar 2010) mag niet hoger liggen dan €40.000,00 + €5.000,00 = €45.000,00.
Als u de leningsaanvraag pas indient op 3 juli 2012 wordt gewerkt met het inkomen van 2010 (aanslagjaar 2011).
Bent u jonger dan 35 op het moment dat u uw lening aanvraagt, dan mag uw inkomen maximum €50.000,00 + €5.000,00 = €55.000,00 bedragen.
De vermelde bedragen worden verbonden aan de gezondheidsindex van de consumptieprijzen van de maand november 2010. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat en afgerond tot op de euro lager of hoger naargelang het centencijfer kleiner is dan, gelijk aan of groter dan 50.
Zakelijk recht op een ander onroerend goed.
Als de aanvrager of elke andere persoon die deel uitmaakt van zijn gezin een zakelijk recht heeft op een ander onroerend goed dan de woning die wordt gefinancierd met de lening van het Fonds of het pand dat uitsluitend wordt gebruikt voor de uitoefening van een beroep, dan kan het Fonds de toekenning of het behoud van de lening onderwerpen aan een aantal voorwaarden. 
Het Fonds kan de toekenning van de lening, binnen de voorwaarden die het hiervoor zelf bepaalt, laten afhangen van:
- de verkoop van het goed voor de lening wordt toegekend. De netto-opbrengst van deze verkoop moet worden ingebracht als eigen middelen;
- de verkoop van het goed wanneer de lening al is toegekend. De netto-opbrengst van deze verkoop moet worden gebruikt om de lening, geheel of gedeeltelijk, vervroegd terug te betalen;
- de verhoging van de jaarlijkse rentevoet met 1,00% per jaar;
- de opbrengsten uit dit zakelijk recht voor de aanvrager of voor elke andere persoon uit zijn gezin worden gebruikt om de lening, geheel of gedeeltelijk, vervroegd terug te betalen.
Deze drie laatste mogelijkheden kunnen samen worden opgelegd.
Informatieplicht.
De aanvrager moet het Fonds alle nodige informatie en attesten bezorgen.
Deze verplichting moet het Fonds in staat stellen om met kennis van zaken een antwoord te bieden op de leningsaanvraag. 
Gebeurt dit niet, dan mag het Fonds, binnen de wettelijke grenzen, deze informatie en attesten opvragen bij de bevoegde administratieve diensten. De hieraan verbonden kosten kunnen worden aangerekend aan de aanvrager of ontlener.
Verplichtingen ten aanzien van de woning.
De ontlener (?) moet volle eigenaar zijn van zijn woning (?).
Tijdens de hele duur van de lening moet de woning, in voorkomend geval na de uitvoering van werken, voldoen aan:
- de bewoonbaarheidsvoorwaarden rekening houdend met de samenstelling van het gezin van de ontlener;
- de veiligheids- en gezondheidsvoorwaarden;
zoals deze wettelijk zijn bepaald of, bij gebrek aan dergelijke bepalingen, zoals ze worden beoordeeld door het Fonds. 
Deze verplichting is volledig en uitsluitend ten laste van de ontlener.
De lening kan enkel worden toegekend wanneer de ontlener er zich toe verbindt om de woning te laten beantwoorden aan de eisen van :
- artikel 4 van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode
; - artikels 2 tot 5 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 september 2003
tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen, en dit ondanks het feit dat deze ordonnantie en dit besluit van toepassing zijn op huurwoningen; - de verplichtingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004
tot bepaling van bijkomende verplichtingen inzake brandvoorkoming in de te huur gestelde woningen.
In dit kader verplicht de ontlener er zich onder andere en bijvoorbeeld toe om, zo snel mogelijk na het afsluiten van de lening :
- alle gelijkvormigheidsgetuigschriften door te geven aan het Fonds (opgemaakt door erkende controle-organismen) van de gas-, elektriciteits-, warm water- en verwarmingsinstallaties en van de stabiliteit van de balkons;
- het afvoernetwerk van de woning te laten controleren door een gespecialiseerde firma;
- te laten controleren of er geen houtparasieten (huiszwam, houtworm,…) zitten in de houten vloeren van keuken en/of badkamer. Dit moet ook gebeuren als deze vloeren bedekt zouden zijn met vinyl, tegels, vast tapijt, enz....
Het Fonds kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld, noch tegenover de ontlener of zijn rechthebbenden, noch tegenover derden, indien er schade optreedt omdat de ontlener deze verplichtingen niet naleeft. Dit geldt zelfs indien het Fonds geen stappen zou hebben ondernomen om de naleving van deze verplichtingen af te dwingen.
De ontlener en zijn gezin moeten de woning volledig bewonen. Ze moeten er zich bovendien domiciliëren binnen een termijn van ten hoogste zes maanden na het verlijden van de akte van hypotheeklening of na de voltooiing van de werken. 
Een gedeelte van de woning kan evenwel, binnen de door het Fonds bepaalde voorwaarden, bestemd worden voor :
- beroeps- of handelsactiviteiten van de ontlener of van zijn gezinsleden. In dat geval mag de oppervlakte die hiertoe bestemd wordt niet meer bedragen dan één vierde van de totale oppervlakte van de woning;
- verhuring. In dat geval mag de verhuurde oppervlakte niet meer bedragen dan één derde van de totale oppervlakte van de woning.
In totaal mag de op deze wijze bestemde oppervlakte niet groter zijn dan een derde van de totale oppervlakte van de woning.
Maximumwaarde van de woning.
De verkoopwaarde (?) van de woning, in voorkomend geval na uitvoering van de werken, mag niet hoger zijn dan €265.500,00. Als het gezin van de aanvrager meer dan twee personen telt, wordt dit bedrag verhoogd met 10% per bijkomende persoon. De waarde kan tot maximum 50% worden verhoogd.
Deze bedragen worden jaarlijks aangepast. Een overzicht ervan vindt u in tabel 2 van de tarieven
. 
Dit bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari, geïndexeerd in functie van de evolutie van de gemiddelde kostprijs per bruto bewoonbare m² (?). Het wordt afgerond op vijf honderdsten van de euro als de centen groter zijn dan 0 en kleiner dan of gelijk aan 500. Het wordt afgerond naar de bovenliggende euro wanneer de honderdsten hoger zijn dan 500, maar kleiner dan of gelijk aan 1.000.
De referentiekostprijs is die van 31 oktober 2010.
Ofwel de natuurlijke persoon die een hypotheeklening wilt afsluiten bij het Fonds,
ofwel de natuurlijke personen die samen een hypotheeklening willen afsluiten bij het Fonds om de woning daarna te delen.
De datum waarop de hypotheeklening werd aangevraagd voor een welbepaalde woning,
zoals deze door het Fonds aan de aanvrager werd meegedeeld.
De inkomsten in de zin van artikel 6 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de inkomsten verworven in het buitenland voor zover ze niet vallen onder de toepassing van deze bepaling en de inkomsten van de personen bedoeld in artikel 4 van het voornoemde Wetboek van de aanvrager en van alle andere personen die deel uitmaken van zijn gezin, behalve van de kinderen van de aanvrager die op de referentiedatum jonger zijn dan 25 jaar.
Kostprijs van alle woningen aangekocht met een lening van het Fonds. Deze kostprijs bestaat uit de aankoopprijs van de woningen en de kostprijs van de bouw- of renovatiewerken, behalve de taksen en belastingen, gedeeld door het totale aantal bruto bewoonbare vierkante meters van de voornoemde woningen.
Het kind dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en dat op de referentiedatum recht heeft op of verkrijger is van kinder- of wezenbijslag.
Elk ander kind jonger dan 25 jaar dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en waarvan het Fonds meent dat het op de referentiedatum werkelijk ten laste is, als het bewijs wordt geleverd dat het kind recht heeft op kinder- of wezenbijslag of dat het geen inkomen heeft.
De aanvrager die een lening heeft afgesloten bij het Fonds.
Het (deel van een) gebouw, gelegen binnen het Gewest, dat in hoofdzaak bestemd is om een gezin te huisvesten en waarvoor de hypotheeklening wordt aangegaan.
De waarde die door het Fonds wordt bepaald op basis van het deskundig verslag.
