Hypothecair krediet
Secundair menu
U bent hierHypothecair krediet › Rentevoet |
Rentevoet
De jaarlijkse rentevoet bedraagt 5,00% of 0,4074% per maand.
Deze rentevoet wordt voor een eerste keer aangepast wanneer de lening wordt afgesloten. Dit gebeurt op basis van de volgende formule :
|
(Gezinsinkomen1 x 5,00%) / €40.000,002 1 Het inkomen waarop we ons baseren, is dat vermeld onder de titel “Maximuminkomen van het gezin”. |
De rentevoet die op deze manier wordt berekend, wordt afgerond tot op het honderdste procent lager of hoger naargelang het cijfer van de duizendsten procent kleiner dan 5 is, gelijk aan of groter dan 5.
Van dit resultaat moet 0,50% worden afgetrokken per persoon ten laste (?). De vermindering voor personen ten laste mag echter niet groter zijn dan 2,00%.
De berekende rentevoet mag :
- niet lager zijn dan 1,75% en niet hoger dan 3,50% als u jonger bent dan 35 op de referentiedatum;
- niet lager zijn dan 1,50% en niet hoger dan 4,50% als u twee personen ten laste hebt;
- niet lager zijn dan 1,25% en niet hoger dan 4,50% als u drie personen ten laste hebt.
In alle andere gevallen mag de rentevoet niet lager zijn dan 2,00% en niet hoger dan 4,50%.
Daarna wordt de rentevoet elke vijf jaar aangepast. Dit gebeurt aan de hand van soortgelijke criteria. Als het inkomen dat dient als basis voor de herberekening op dat moment echter hoger ligt dan het geldende geïndexeerde maximuminkomen, dan kan de rentevoet worden opgetrokken tot 5,00% per jaar. 
Voorbeeld
|
U bent jonger dan 35 en heeft 2 personen ten laste. Het gezinsinkomen bedraagt €45.000,00. De eerste periode van 5 jaar zal dan ook een rentevoet gelden van : (€44.350,00 x 5,00%) / €50.000,00 = 4,125%, of afgerond 4,13% |
Hiervan wordt 1,00% afgetrokken voor de 2 personen ten laste. Dit geeft een jaarlijkse rentevoet van 3,13% (of 0,2572% per maand).
Wanneer een deel van de woning wordt gebruikt voor beroeps- of handelsdoeleinden, wordt de berekende jaarlijkse rentevoet verhoogd met 1,00%.
Als de woning wordt verhuurd, kan het Fonds – in functie van de huuropbrengst – de jaarlijkse rentevoet verhogen met 1,00% tot 3,00%.
Deze twee verhogingen kunnen worden gecumuleerd.
Wanneer de prijs van de woning waarvoor de lening wordt aangevraagd, wordt/werd gesubsidieerd door de overheid of door een publiek- of privaatrechtelijke persoon die wordt gecontroleerd of gesubsideerd door een dergelijke instantie en wanneer de aanvrager minder dan 3 personen ten laste heeft en jonger is dan 35 op de referentiedatum, dan wordt de hiervoor vermelde rentevoet verhoogd met 0,50% per jaar.
Lening voor de Energieprestatie (LEP)
De rentevoet van dat deel van de lening waarmee werken zullen worden uitgevoerd waardoor de woning energiezuiniger zal worden, bedraagt 0,00% op jaarbasis. De rentevoet is vast en kan niet worden herzien of aangepast.
Dit deel van de lening aan een jaarlijkse rentevoet van 0,00% mag echter niet meer bedragen dan €25.000,00. 
Het pand waarin de werken zullen worden uitgevoerd moet minstens 5 jaar geleden voor het eerst zijn bewoond.
De werken die met een dergelijke lening kunnen worden gefinancierd, zijn de volgende :
Isolatie en ventilatie
- Dakisolatie
- Muurisolatie
- Grondisolatie
- Plaatsing van isolerende beglazing
- Groendaken
- Buitenzonwering
- Ventilatie
Verwarming
- Verwarmingsketel
- Verwarmingsinstallatie
- Waterverwarmingsinstallatie
- Temperatuurregeling
- Warmtepomp
Hernieuwbare energie
- Thermische zonnepanelen
- Fotovoltaïsche zonnepanelen
- Warmtekrachtkoppeling
Als hij een energieprestatielening afsluit, verbindt de aanvrager er zich toe om voor gelijkaardige werken geen andere lening meer aan te vragen die ook al kan rekenen op overheidssubsidies. Hij verbindt er zich wél toe om alle premies aan te vragen waarvoor de geplande werken in aanmerking zouden kunnen komen. Deze premies zullen worden gebruikt om de lening geheel of gedeeltelijk vervroegd terug te betalen.
de datum waarop de hypotheeklening werd aangevraagd voor een welbepaalde woning, zoals deze door het Fonds aan de aanvrager werd meegedeeld
het kind dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en dat op de referentiedatum recht heeft op of verkrijger is van kinder- of wezenbijslag
elk ander kind jonger dan 25 jaar dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en waarvan het Fonds meent dat het op de referentiedatum werkelijk ten laste is, als het bewijs wordt geleverd dat het kind recht heeft op kinder- of wezenbijslag of dat het geen inkomen heeft
de persoon die tot in de tweede graad verwant is met de aanvrager, die deel uitmaakt van diens gezin en waarvan het Fonds meent dat hij/zij op de referentiedatum werkelijk ten laste is als het bewijs wordt geleverd dat de betrokkene geen inkomen heeft
